Sorry English readers but this post is in Dutch! Enjoy the pictures and after this blog you will find blogs in Enlgish!!
Zitvlees
Op zondagmorgen pakken we de bus naar Puerto Limon. Van daaruit worden we met de taxi naar Moin gebracht; de plaats waar de boot naar Tortuguero gaat. Tortuguero, de beloofde plaats van de schildpadden, hier ook wel ‘turtles’ genoemd.
In Moin moeten we 3 uur wachten want we zijn veel te vroeg. Of te laat. Het is maar hoe je het bekijkt. Proviand hadden we niet bij ons. We dachten alle drie dat er wel wat eetbaars bij ‘de bootjes’ verkocht zou worden. Niente. Fran en ik lopen naar de kant van de weg en kopen daar overheerlijke, verse ananas. Lekker zoet en sappig. Na een uur begin ik al te draaien op de bank. Concentreren op een boek lukt niet. Dan maar mijn iPod. Het doet me deugt om weer wat knoertharde hardcore en hardhouse te horen. Ben nog steeds blij dat Michael die in Aruba voor me op mijn iPod heeft gezet. Ik dacht namelijk voor vertrek uit NL dat ik ‘die’ muziek niet meer nodig zou hebben. Wrong! Ook al is het volgens mijn lieve pappie “klereherrie”, ik krijg er een lach van op mijn gezicht. Moet ook altijd terugdenken aan feesten waar ik met Corine ben geweest. Lekker mee bewegen op teksten als “face down, ass up” en vervolgens flink op mijn bek gaan. Altijd lachen.
Ook de iPod houdt me niet langer dan vijftien minuten bezig.
Er loopt een kat en ik besluit met hem te gaan spelen. Ik heb nog een touwtje in mijn backpack. Handig hoor, die gaf papa mij voordat ik wegging. Naast ‘bij-elkaar-houd-touwtje’ en waslijntje heeft het nu dus ook de functie van kattenspeeltje gehad. Reuze leuk, weer eens met een kat spelen.
We mogen
Met nog twee andere meiden, die Deens praten, wat qua geluid soms net Nederlands lijkt, stappen we in het bootje. Een klein bootje, dat wiebelt als je aan boord stapt. Mijn tas ligt op de punt. Ik word daar zenuwachtig van maar de kapitein, pikzwart, 1 scheef oog, gespierde bovenarmen en een leuke Engelse tongval, verzekert me dat er niks mis kan gaan. In God we trust.
We verkennen de binnenlandse kanaaltjes en spotten verschillende vogels. Ook aapjes, kleine schildpadjes en een paar kleine kaaimannen worden gespot. Vandaag word ik daar niet heel heet van. Ik heb immers al een gigantische krokodil in Ambergris Caye gezien en heb een paar dagen eerder al aapjes geknuffeld. Ik ben vandaag een beetje cynisch want heb al 2 nachten slecht geslapen en hoest nu haast continue. Kriebel in mijn keel. Die niet weggaat. Ik zuig me suf op snoepjes, probeer enigszins rustig te blijven, maar tevergeefs. Ik ben bang dat ik er ineens mijn longen uithoest.
De zon verdwijnt achter de wolken en het wordt fris aan boord (lees: in het bootje). Ik had al een sjaal om om longontsteking te voorkomen en trek daar nu nog een vest bij aan. Mijn lievelingsvest. Van Abercrombie & Fitch. Gekocht in Guatemala. Ongetwijfeld nep dus. Maar toch een fijn vest.
Het word donkerder en donkerder en we varen nog steeds. Er is geen licht aan boord. In het oerwoud ook niet. In gedachten zie ik al voor me hoe we een boomstronk raken, omklappen en in het donker naar de kant moeten zwemmen om een nacht in het oerwoud door te brengen. De kapitein verzekert me dat hij de weg kent en het nog prima kan zien. Nadat ik vijf minuten met mijn ogen dicht heb gezeten, ik houd niet van donker, was vroeger bang voor wolven, zegt Geeske dat ik omhoog moet kijken. Naar de halve maan en de sterren. En verrek, het is prachtig!
Bij aankomst in Tortuguero staat Ernesto op ons te wachten. Ernesto is een vijftigjarige Costaricaan die ons aan tourtjes kan helpen. Hij wordt aanbevolen door de kapitein. Ernesto heeft vriendelijke ogen en een enorme bierbuik. Hij vraagt waar we slapen. In Tamarindo hadden twee Duitse jongens ons Mirjam 2 aangeraden. Dat doen backpackers onder elkaar. Advies geven. Ook de Lonely Planet had enkele lovende woorden over dit hostel dus ik zeg tegen Ernesto dat we daar naartoe willen. Hij laat weten dat het even lopen is maar hij zal het ons laten zien. Ondertussen vertelt hij over de tourtjes die we kunnen doen. Drie in totaal. ’s Ochtends om 8 uur met een kano vogels en andere dieren spotten valt gelijk af. We hebben net vier uur in een bootje gezeten. We zijn klaar voor nieuwe dieren, turtles bijvoorbeeld. Dus boeken we twee tourtjes voor de volgende dag.
Leuk souvenirtje
’s Avonds hoest ik me een ongeluk en probeer zolang mogelijk op te blijven. Om elf uur (ja, dat is laat als je al 2 nachten nauwelijks geslapen hebt en heel de dag hebt gereisd) ga ik het dan toch proberen. Kuchend val ik in slaap. Tot twee uur. Ik stik zowat van het hoesten en kan niet meer stoppen. Dit gaat zo drie (!) uur door, waarbij ik eindig boven de pot. Buiten wordt het al licht. Ik pak m’n laptop erbij en ga op Google zoeken. Maar natuurlijk. Kinkhoest. Leuk souvenirtje dacht ik. Ik moet mijn gerief aan iemand kwijt en dus mail ik mijn vader.
De volgende ochtend lees ik zijn reactie: codeïne halen! Ik vraag aan de eigenaresse waar de dokter zit. Die komt alleen op dinsdag en woensdag. Vandaag is het maandag. Een Pharmacia dan misschien? Hebben ze niet. Gelukkig is haar man nu in Puerto Limon en die kan wel wat meenemen. In mijn beste Spaans leg ik aan de telefoon de Pharmacia daar uit dat ik codeïne nodig hebt. Wordt geregeld.
We gaan even naar het zwarte strand en worden daar geliefkoosd door honderden vliegen. Vlak voordat we op tour gaan is de man van de eigenaresse terug. Codeïne hadden ze niet (leermoment van de reis: pas iets geloven als je het ziet), maar gelukkig wel iets anders. Ik slik gelijk twee pillen en doe een schietgebedje.
Tourtime
Rond drie uur het park in. We lopen door het park en zien veel, heel veel grote spinnen. Ik denk aan papa. Had ie leuk gevonden. Met z’n drieën hangen we de beest uit. Leuke grappen, die alleen drie chickies begrijpen, verlaten onze mond. Na een tijdje lopen, Ernesto voorop, peuk in z’n mondhoek, komen we op het strand. Ik zie een babyturtle. Dood. Ik pak hem op want vind het reuze interessant. Hij is klein maar alles zit erop en eraan. Hij is nog maar net dood want ik kan zijn flippers/vinnen/voetjes bewegen. Zijn hoofdje ook. Interessant. Het liefst had ik hem meegenomen. Floep, zo m’n zak in laten glijden om hem thuis nog een rustig te kunnen bestuderen. En wellicht ook te ontleden. Maar nee, ik zet de lieve kleine maar dode baby terug op het zand. Hij is voor de vliegen en gieren.
Boven ons hoofd zweven zo’n dertig gieren. Op zoek naar baby’s om op te eten. De babyturtles gaan namelijk óf als de zon net onder is óf voordat ie net opkomt naar zee. En dat weten die gieren hè. Die zijn niet van gisteren. Ernesto is verderop druk aan het gebaren. Dat we moeten komen. Hij heeft een nest ontdekt dat klaar is om naar de zee te gaan. Hij helpt ze een handje door ze op het strand te deponeren (wilde eigenlijk ‘gooien’ schrijven want dat deed hij, maar dat vond ik zo turtle-onterend klinken). Dat deponeren zag er best wreed uit maar Ernesto zei dat het nodig was omdat ze hun oogjes open moeten doen. Ik help Ernesto en werp ze verder. Wakker. En jahoor, nummer één begrijpt het en begint te lopen/schuifelen. Nummer twee doet ook zijn oogjes open en wordt ook gegrepen door zijn instinct. En daar gaan ze. Het is een prachtig gezicht! Dit is wat je normaal gesproken alleen op National Geographic of Animal Planet ziet. In het echt is het nog fascinerender. Het is schattig om ze zich zo voort te zien bewegen en ik ben blij dat ik erbij ben om ze te beschermen. Want die gitzwarte gieren die weten het hè. Die denken nu “kuttoeristen, maaltijd verpest”.
Eenmaal bij het water worden ze stuk voor stuk door een golf gepakt en begint hun grote tocht. Ernesto vertelt dat ze nu zo’n 30 mijl gaan zwemmen. Ongelofelijk, gaat er door me heen. Wat een onderneming. Wij mensenbaby’s liggen stil en eten, plassen en poepen alleen maar. Intelligent hoor.
Het ei
Een turtle legt gemiddeld 100 a 150 eieren per keer. Die verstopt ze ruim een meter onder de grond. Die eitjes zijn nog zacht en worden in het zand door de warmte harder. Als de turtles uit hun ei komen doen ze er twee dagen over om door het zand naar boven te klauteren. Dan wachten ze dus tot de zon onder gaat of net opkomt en dan maken ze de spannende oversteek naar het water.
Nadat de turtle haar eieren heeft gelegd duurt het twee weken voordat ze weer eieren kan leggen. Dit gaat zo’n vier maanden door. Van de duizend gelegde eitjes overleefd er maar eentje. Dus slechts 1 baby op de duizend mag maar een grote turtle worden. Wow.
Beetje donker
Nadat we de kleintjes een goede reis hebben gewenst lopen we terug naar het hostel. Op het menu staat: kant-en-klaar geroosterd Bimbobrood met pindakaas en nootjes. Doe mij maar weer lekker mama’s groentepotjes denk ik. Nog zeven nachtjes slapen.
Ernesto komt ons rond acht uur weer ophalen voor de avondtour. De speurtocht naar de big mama’s.
We lopen weer het park in. Dit keer in het pikkedonker. Gelukkig heeft Ernesto een zaklamp en dus klamp ik me haast aan hem vast. Ik hou niet van het donker. In het park gaan we op een bank zitten. De drie zaklampjes gaan uit. Nu is het echt donker. Ik probeer mijn ogen aan het donker te laten wennen. Ondertussen vertelt Ernesto allemaal interessante dingen. Ik hoor zijn woorden ergens in de verte. Ben bezig met wat ik zie, en niet zie, in het donker. Ik kan niet scherp zien en het lijkt alsof mijn beeld uit allemaal grove pixels bestaat. Soms denk ik iets te zien bewegen. Het zijn vast mijn gedachten. Ik ben namelijk geïnteresseerd maar ook bang voor geesten. Helemaal in het donker. Ineens vormen de woorden van Ernesto een zin in mijn oor: iedere nacht worden er turtles gedood door de jaguars. In het park zitten er ongeveer zeven. Hallo! Ik ben wakker! En ik realiseer me ineens heel goed dat we in een wildpark zitten. Geeske stelt me gerust. De jaguars hebben ons vast wel gehoord en zullen zeker niet komen. Tenzij ze honger hebben. Ernesto doet zijn lamp aan en schijnt boven mijn hoofd. Daar zit een megagrote dikke zwarte spin die voor het zusje van de Tarantula kan doorgaan. Ik vlieg overeind en ga in het midden staan. Uhhh, kunnen we al gaan?
Dan komt er ineens een groep van zo’n 30 man aan. Kuttoeristen.
We wachten allemaal op de bankjes. Nu zit de spin lekker boven iemand anders zijn hoofd. Ik houd mijn mond. Dan roept Ernesto dat we mee moeten komen. De zaklampen moeten uitblijven, alleen zijn rode schijnsel is toegestaan. Eerder op de dag had Ernesto al gezegd dat het verboden was om camera’s mee te nemen. Die had ik dan ook wijselijk maar jammer genoeg, in het hostel gelaten.
Hartzeer
We houden allemaal elkaars hand vast want zien bijna niks. We gaan het strand op en Geeske gaat onderuit. Een kuil in het zand. Slipper weg. Ernesto wordt zenuwachtig. Waar we nu blijven.
Slipper gevonden. We lopen verder. Over het zwarte zand. Het is spannend om zo in het pikkedonker over het strand te lopen. Dan gebaart Ernesto dat we moeten stoppen en wachten. We wachten. En wachten. Dan komen die kuttoeristen weer. Maken veel herrie. Zijn met veel te veel mensen. Zij mogen eerst bij de turtle kijken. Die daar blijkbaar zit want ik zie hem nog niet. Ik snap het niet, wij waren toch eerder? Ernesto legt me later uit dat er iedere dag een loterij is onder de tourbegeleiders wie als eerste bij de turtle mag kijken. Ernesto was vandaag als laatste. Kut. Hij gebaart ons om mee te komen. We schuifelen vooruit en ineens zie ik een aantal spierwitte, spiegelgladde eieren liggen. Ik ga met mijn blik omhoog en zie dan ineens de enorme turtle! Hij, uh, zij is immens! My God, wat vet! Ineens trekt Ernesto ons weg. Er klopt iets niet. Hij loopt naar de andere tourguide en we horen hem zachtjes boos zijn. We snappen het niet. Ernesto komt terug en vertelt ons dat de gids vóór ons aan de pootjes van de turtle had gezet om de eitjes te kunnen laten zien. En dat kan dus niet hè. Dan voelt die turtle zich bedreigt en stopt ze haar legactie en gaat terug naar de zee. We lopen achter haar aan terwijl ze langzaam terugbeweegt naar de zee. Af en toe ploepen er nog wat prachtige eitjes uit. Dit doet zeer. Zo ongelofelijk zeer. Die eitjes horen in een nestje te liggen. Niet hier. Het is alsof ze op haar terugweg naar zee nog even 19 miskramen krijgt. Word je best misselijk van. Maar toch, om dat beest in het echt te zien is echt ongelofelijk. Ik vraag Ernesto wat er met de eitjes in haar buik gebeurd. Hij laat weten dat ze die allemaal in de zee dumpt. Au. Gelukkig kan ze over twee weken weer nieuwe eitjes leggen. Hopelijk heeft die kutgids met zijn kuttoeristen dan zijn lesje geleerd.
Nog een paar doden
Voor het slapen gaan neem ik nog twee pillen. Nadat ik mijn boek, Alleen maar nette mensen, heb uitgelezen ga ik het proberen. Tot mijn grote vreugde word ik de volgende ochtend om 5:55 wakker. Het is licht buiten en ik heb de hele nacht geslapen! Zegen de man die deze pillen voor me heeft meegenomen! Ik draai me om maar voel toch een licht kriebeltje in mijn keel. En in mijn buik. Vandaag gaan we terug reizen naar Puerto Viejo. En het is al licht buiten en we zitten naast de zee. Ik stap uit bed, kleed me en loop om 6:20 het strand op. Het is al warm!!! En de zee voelt heerlijk aan. Ik loop naar de rechts, de richting waar de turtles ’s nachts komen. De sporen zijn nog heel goed in het zand te zien. Hier en daar ligt een dode baby turtle. Die heeft het dus niet gehaald.
Dan zie ik zo’n dertig gieren op het strand. Die zitten vast bij zo’n nest denk ik. Te wachten tot ze naar buiten komen. Motherfuckers. Ik ren op ze af en als chickens vliegen ze weg. Zinloze actie bedenk ik. Want ik loop drie stappen verder en ze zitten er weer. Waar is de patrouille vraag ik me af.
Ik geniet van het water onder mijn voeten, de zon op mijn huid en het geluid van de zee. Wat een zalige ochtend. Ik ochtenddroom een eind weg. Na drie kwartier maak ik rechtsomkeert. Ik moet mijn tas nog inpakken en ontbijten. Weer zie ik al die gieren zitten. Ik ben benieuwd of ze op wacht zitten voor de baby’s. Ik loop omhoog het strand op. De gieren vliegen weg. En daar ligt tot mijn grote schrik zo’n supermooie en grote turtle. Dood. Fok. Wat een rotgezicht, maar ook fascinerend. Ze zijn zo mooi en zo groot. Ik stel vast dat ze nog niet zo lang dood is want haar kop zit er nog aan. Wel met honderden vliegen erop. De gieren kijken van een afstand toe. Ik baal dat ik mijn fototoestel niet mee heb genomen. Ik zeg de turtle vaarwel en tegen de gieren ‘buen provecho’ . Met een gemend gevoel loop ik terug naar het hostel.





























